OCS en Gilles de la Tourette: aangeboren of aangeleerd?

Deze week had ik een interview met neuropsycholoog Lotte van der Wiel, zij werkt als docent aan de Universiteit Leiden. Op de faculteit Sociale Wetenschappen geeft zij het vak klinische neuropsychologie en in het Leids Universitair Medisch Centrum (LUMC) werkt zij in de patiëntenzorg aan de afdeling neuropsychologie. Zij werkt daar met volwassenen en ouderen met een hersenbeschadiging.

Vaak worden verschijnselen van Gilles de la Tourette door elkaar gehaald met de verschijnselen van een Obsessief Compulsieve Stoornis. Kunt u van beide de meest voorkomende kenmerken geven?

Binnen de psychologie werken we met de DSM-IV, een handboek waar alle diagnoses in staan beschreven. Volgens de DSM-IV mag een diagnose OCS gesteld worden als:

  • Er sprake is van gedachten die de patiënt als opgedronken en misplaatst beleefd en angst en lijden veroorzaken;
  • De gedachten zijn geen overdreven bezorgdheid over problemen uit het dagelijks leven;
  • De patiënt probeert de gedachten te negeren of te onderdrukken door deze te neutraliseren met een andere gedachte of handeling;
  • De dwanggedachten veroorzaken lijden en kosten veel tijd, en verstoren het dagelijks leven.

Volgens de DSM spreken we van Gilles de la Tourette als:

  • Zowel motorische als een meer vocale tics zijn op een bepaald moment van de ziekte aanwezig geweest, hoewel niet noodzakelijkerwijs tegelijkertijd. (Een tic is een plotselinge, snelle, herhaalde, niet-ritmische, stereotiepe, motorische beweging of vocale uiting);
  • Er vele keren per dag aanvallen zijn van tics;
  • De tics veroorzaken duidelijk lijden en verstoren het dagelijks leven;
  • Begin voor het 18e jaar.

Hoe ontwikkelt OCS zich?

Dat is een goede vraag, helaas is dat nog niet duidelijk. Er zijn onderzoekers die het volledig vanuit de biologie verklaren (dus genen, hormonen, enzovoort). Andere onderzoekers denken dat het samenhangt met de persoonlijkheid (bijvoorbeeld aanleg of een kwetsbare persoonlijkheid). Weer andere onderzoekers denken dat het door de omgeving wordt gevormd. Dat is ook een steeds terugkerende discussie in de psychologie, het ‘nature-nurture debat’, is iets aangeboren of aangeleerd? Ik denk dat het een samenloop van al het bovenstaande is. Hetzelfde geldt voor Gilles de la Tourette.

Welke personen maken het meest kans om OCS te ontwikkelen (is het bijvoorbeeld het erfelijk)?

Het komt in families inderdaad wel meer voor, maar er zijn bij mijn weten nooit genen ontdekt die echt OCS veroorzaken. Ook hier zit je met het ‘nature-nurture debat’, een persoon die opgroeit met een moeder die OCS heeft, groeit zelf waarschijnlijk ook angstiger en neurotischer op en is zo vatbaarder voor OCS. Er wordt ook hier aangenomen dat het een samenspel is van genen en omgevingsfactoren. Andere risicofactoren zijn overige psychiatrische problemen (zoals verslaving, depressie, andere angststoornis) en sociale isolatie.

Kan bijvoorbeeld een hersenbeschadiging ervoor zorgen dat iemand een tic of gekke gewoonte ontwikkeld? Zo ja, op welke manier?

Linksboven de frontale hersenkwab

Linksboven de frontale hersenkwab

Ja dat kan. “Gekke gewoontes” komen best vaak voor bij mensen met een hersenbeschadiging. Zeker als de frontale gebieden, waar onder andere de controle over het gedrag wordt geregeld, beschadigd zijn. Zo kan het voorkomen dat iemand alleen nog maar chocolade gaat eten, seksueel ongepast gedrag vertoont en bijvoorbeeld geen gene meer kent.

Daarnaast kan een ongeluk of bijvoorbeeld een hersenbloeding iemand angstig maken. Het vertrouwen in het lichaam is bijvoorbeeld weg. Als iemand dan een zekere kwetsbaarheid heeft, kan het voorkomen dat iemand obsessief-compulsieve trekken krijgt om te voorkomen dat er bijvoorbeeld een nieuwe bloeding ontstaat. Iemand durft bijvoorbeeld niet meer te niezen omdat die druk op het hoofd wel eens een hersenbloeding zou kunnen veroorzaken of iemand wordt bijvoorbeeld angstig voor bacteriën. Die persoon kan dan bijvoorbeeld veel gaan handen wassen, schoonmaken en plaatsen vermijden, waarna een OCS zich kan ontwikkelen.

Wanneer wordt een tic/gek trekje, bijvoorbeeld zoals enorm veel schoonmaken, een compulsieve obsessieve stoornis?

Als het een beperking gaat vormen, dat geldt voor elke stoornis. De dwanggedachten of dwanghandelingen veroorzaken duidelijk lijden, zij kosten veel tijd of verstoren het dagelijkse leven.

En inderdaad, enorm veel schoonmaken hoeft geen stoornis te zijn. Je kan het ook gewoon prettig vinden dat je huis erg schoon is, maar als je daardoor niet meer goed kunt functioneren op het werk, je niet meer naar de bioscoop durft, mensen geen hand meer wil geven, enzovoort, dan is het beperkend en is het dus een stoornis.

Hoe kan deze stoornis behandeld worden?

Dat kan op verschillende manieren. Over het algemeen wordt gestart met cognitieve gedragstherapie (zie ‘Jongeren & een dwangstoornis‘). Dat is enerzijds onder begeleiding datgene doen wat wordt vermeden, en dan stapje voor stapje. Je kunt je bijvoorbeeld voorstellen dat iemand met smetvrees niet op een openbaar toilet durft te zijn. Kort door de bocht geef je de patiënt verschillende technieken die hem kunnen helpen de (lichamelijke) reactie op datgene wat zij willen vermijden de baas te zijn. Daarna maak je een soort lijstje: bijvoorbeeld stap 1: staan in een openbaar toilet, zonder daarna de handen te wassen, tot stap 10: gebruik maken van een openbaar toilet. Soms is het nodig om een beetje medicatie erbij te geven, dat is dan vaak een antidepressivum.

Wat zou u iemand aanraden die denkt dat haar of zijn gewoonte richting het ontwikkelen van OCS gaat?

Je kan in de gaten houden of het gaat beperken en als dat zo is, ga naar de huisarts. Mogelijk kan de huisarts of praktijkondersteuner wat handvaten bieden en zijn de klachten weg zonder psychologische hulp. Dikwijls wordt er pas heel laat hulp gezocht omdat mensen zich schamen, met name voor hun dwanggedachten. Deze kunnen heel extreem zijn, waardoor zij niet naar de huisarts durven. Dat is echt zonde, huisartsen hebben al zo veel gehoord en zullen zeker niet oordelen. Hetzelfde geldt voor de psycholoog. OCS kan ontzettend hardnekkig zijn als het niet wordt behandeld. Ongeveer 85 procent heeft baat bij behandeling, dus naar de huisarts gaan is zeker de moeite waard.

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s